bij het Eerste Kamer-debat over niqaabverbod

Als een afronding van een discussie die ik jarenlang van nabij had gevolgd, ging ik gisteren naar de Eerste Kamer om het debat bij te wonen over het niqaabverbod in sommige delen van de maatschappij.

Aanvankelijk wilde ik mijn project erover, Veiled, niet politiek laten worden, en alles laten draaien om de persoonlijk ontmoeting, maar het kon niet anders want die politiek en het dreigende verbod op de niqaab was altijd déél van die ontmoeting.

Bespuwen

De niqaabdragende vrouwen die ik sprak waren er iedere dag mee bezig: wat als-ie straks verboden wordt in het ziekenhuis? Of op school? Wat doe ik dan op de ouderavonden? Veel vrouwen haalden vast hun rijbewijs voor als de niqaab verboden zou worden in het openbaar vervoer. En als de vrouwen er zelf niet mee bezig waren, dan waren het wel de mensen op straat, die de indruk hadden dat die niqaab allang niet meer mocht, en soms het recht in eigen hand namen door de vrouwen te bespuwen, met de dood te bedreigen en zelfs te mishandelen.

douane

De wet, waarover volgende week dan uiteindelijk gestemd gaat worden, zal van kracht worden op vier terreinen in de samenleving: ziekenhuizen, scholen, het ov en overheidsgebouwen. Hoe meer ik hoorde over die wet, hoe meer ik me erover begon te verbazen. Wat bijvoorbeeld zo vreemd is: die instanties hebben helemaal niet gevraagd om een verbod, ook omdat de niqaab in de praktijk nauwelijks problemen geeft: als het wenselijk is dat een niqaabdragende vrouw bij de dokter of de douane haar gezicht laat zien, doet ze dat doorgaans met hetzelfde gemak waarmee alle andere vrouwen hun trui en schoenen uittrekken als ze dat gevraagd wordt. Als die instanties zo’n verbod hadden gewild, hadden ze die binnen de huidige regelgeving kunnen invoeren.

lachwekkend

Dat dat zo werkt, bleek gisteren zonneklaar toen we het gebouw van de Eerste Kamer binnenkwamen. We werden erop gewezen dat we straks op de publieke tribune niet opeens onze niqaabs mochten aantrekken. Dat was op een bijna lachwekkende manier absurd natuurlijk, en het betekende natuurlijk ook dat niqaabdragende vrouwen de discussie over de wet die ze persoonlijk treft niet hadden kunnen bijwonen – wat tamelijk hartvochtig is. Maar het zegt dus ook iets over de kracht van de huisregels.

uit de bus?

De discussie in de Kamer ging vooral ook over dit punt. Is de maatregel niet buitenproportioneel? Waarom met een zwaar middel als een wet iets verbieden wat in de praktijk wel discussies oplevert, maar nauwelijks problemen? Een wet die juist mogelijke problemen in de hand zal werken, zoals zorgmijding (ook voor kinderen) en hoe moeten professionals dit handhaven? Een niqaabdragende vrouw bij de bus laten staan? Haar uit de bus verwijderen? Het is allemaal op te lossen, maar het werpt misschien wel meer problemen op dan er opgelost worden.

De partijen die zich uitspraken tegen dit verbod (SP, D66, PvdA, GL), richtten zich vooral tegen dit soort kanten aan de wet.

tatoeages

Af en toe ging het ook over een fundamenteler principe: moet de niqaab wel verboden worden? Hebben we echt het recht om elkaar in het gezicht te zien? En hoort een vrij land als Nederland juist niet ook extreme uitingen in kledij te tolereren? Vooral dat laatste is een punt dat niet alleen mensen met een religie aangaan. Ook tatoeages en piercings doken op in het debat. Moet de overheid wel een instantie zijn die bepaalt of er dingen gedragen magen worden die andere mensen onprettig vinden om te zien?

droevig

Tot slot was het droevig hoe weinig sommige Kamerleden leken af te weten van de materie. Als het over de niqaabdraagsters ging, werden veel woorden gebruikt als ‘mij lijkt’, ‘ik denk’, ‘we weten natuurlijk niet wat zij denken’ en ‘het blijft voor ons natuurlijk iets vreemds’. Een spreker speculeerde  dat het vooral de vluchtelingen moesten zijn die de niqaab invoerden, terwijl juist veel niqaabdragende vrouwen hier zijn geboren – veel van hen zijn ook bekeerling. En natuurlijk weer de woorden dat de vrouwen bevrijd moeten worden van deze onderdrukking, terwijl toch bijna altijd andersom is: de vrouw draagt tegen de zin van de omgeving de niqaab en moet extra sterk in haar schoenen staan. Dat staat allemaal niet alleen in Veiled, maar ook in het prachtige rapport dat Annelies Moors publiceerde na uitvoerig onderzoek: Gezichtsluiers: Draagsters en Debatten.

symbool

Het CDA erkende dat de wet een uiting van symboolpolitiek was, maar dat dat het een nuttig symbool is: een voor integratie en emancipatie en dat die zwaarder wegen dan de vrijheid van godsdienst.

Ik moest vaak denken aan de uitspraak van deze vrouw uit Veiled:

“Op school leerden we dat je moet zijn wie je wilt. En dat je iedereen moet accepteren om wie hij is. Alleen nu ik de niqaab draag, merk ik dat daar grenzen aan zitten: ik mag zijn wie ik wil zijn, zolang het maar wel in het plaatje past van de ander.”

Volgende week, op 19 juni, volgt de officiele stemming.

 

Winnaar 4de editie International Photo Festival Leiden

Nou ja, zeg … Photo Festival Leiden gewonnen. Die had ik niet zien aankomen, maar ik ben er wel heel erg blij mee. Ik citeer hieronder de mooie woorden op de website van het festival zelf:

“Op zaterdag 14 oktober is de winnaar van het International Photo Festival Leiden (IPFL) bekend gemaakt. Saskia Aukema is met haar fotoserie ‘Veiled’ (Gesluierd) unaniem tot winnaar verkozen door de vakjury onder leiding van Wim van Sinderen, curator van het Fotomuseum Den Haag.

Aukema heeft bijna drie jaar lang niqaabdraagsters uit Nederland en Engeland gefotografeerd, nadat ze eerst een vertrouwensband met hen had opgebouwd. De jury was onder de indruk van Aukema’s gewetensvolle journalistieke aanpak die we tot de categorie ‘slow journalism’ mogen rekenen. Een aanpak die heeft geresulteerd in een consistente serie portretten die los van het gevoelige onderwerp en de maatschappelijke connotaties hiervan, uitblinkt door positieve creativiteit en beeldende kracht.

Saskia Aukema heeft de niqaab-discussie op een hoger en genuanceerder plan gebracht. De jury is van mening dat dit mede mogelijk is geworden door haar bijzondere talent en vaardigheden op fotografisch gebied. Haar nauwgezette aandacht voor concept, styling, compositie, kleur, vorm en textuur heeft haar serie buitengewoon sterk en communicatief gemaakt.”

Overgenomen van: International Photo Festival Leiden.

Hoe het begon

Ruim een jaar geleden liep ik op een stralende dag door het centrum van Amsterdam. Eigenlijk was ik op zoek naar locaties waar ik in de avonden studioportretten kon maken van uitgaanspubliek.

En op De Dam zag ik haar: een dame in niqaab: een gezichtssluier die alleen de ogen vrijlaat. Ik was op dat moment al een tijdje gefascineerd door de niqaab.

De kiem ervoor werd tweeënhalf jaar geleden gelegd. In maart 2013 stond ik met een mobiele fotostudio op de Nationale Bekeerlingendag in de Blauwe Moskee in Amsterdam. Ik werkte in die tijd aan een fotodocumentaire over bekering tot de islam, die later in samenwerking met Vanessa Vroon-Najem zou leiden tot het boek Bekeerd en een gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdam Museum.

 

Hatsikidee

Ik moet die dag in maart over de vijftig bezoekers geportretteerd hebben, maar misschien wel de grootste indruk maakten de twee meiden die als allereersten voor de camera plaatsnamen (zie header). Ze droegen een niqaab, en wow … dat vond ik best heftig. Eng, streng, serieus, radicaal, onderdrukt … hatsikidee, de hele lade met ‘burka’-associaties werd omgekieperd in mijn hoofd. En vooral verwarrend vond ik het na afloop van de sessie. Want in welk laatje moest ik alles weer precies opbergen toen bleek dat de meiden giechelig, stoer en aardig waren? Hoe kort ook, die ontmoeting zette me aan het denken.

Ik vroeg me er enorm veel dingen over af. Waarom zou je die sluier dragen in een land als Nederland? Hoe zit het met die steevast veronderstelde band met gewelddadigheden die worden begaan uit de naam van de islam? Wat vindt je omgeving ervan? Is er dwang? En hoe hou je stand tegen al die negativiteit?

Hoe meer ik me in het onderwerp ging verdiepen, hoe meer ik het idee kreeg dat dit een verhaal was dat ik heel graag wilde vertellen.

En toen was er dus plots die dame op De Dam.

 

Stom doen

Daar stond ik dan. Te kijken, te drentelen, te twijfelen … Maar uiteindelijk vond ik dat ik niet zo stom moest doen, en sprak ik haar aan.

We hadden een leuk gesprek, en ik had mazzel: de vriendin met wie ze was, kende het boek Bekeerd. En omdat ik half-half op zoek was naar die fotolocatie voor het uitgaanspubliek, had ik een klein portfolioboekje mee. Dat was toch wat makkelijker praten.

 

“Waar is de kameel?”

De dame in kwestie zei niet gelijk ja. Vlak ervoor had ze een minder leuker fotografie-ervaring achter de rug: ze liep samen met een vriendin over de markt, waar ze werden gefotografeerd zonder dat ze het zelf doorhadden.

De foto werd doorgeplaatst op de Facebook-pagina ‘Nederland, mijn vaderland’, en de commentaren waren niet mals: “Opkrassen met die zooi”, “Weg met die griezels!!” en “Waar is de kameel?”

“Heel pijnlijk om te merken dat mensen die me niet kennen, mij zo haten”, zegt ze daarover later. Ook is haar directe familie tegen de niqaab. Ze wil hen niet extra krenken door daar dan ook nog eens mee in de openbaarheid te treden.

 

Freak

Na lang nadenken besluit ze toch mee te doen, want een ding weegt sterker dan alle bedenkingen. Inmiddels heb ik twaalf niqaabdraagsters gefotografeerd en met nog veel meer vrouwen gesproken, ook vrouwen die de niqaab zouden willen dragen, vrouwen die dat juist niet meer doen en vrouwen die Nederland hebben verlaten. Allemaal hebben ze dezelfde motivatie om aan het project meewerken: “Ik wil laten zien dat ik geen freak ben”

Die studio-uitgaans-portretten zijn er nooit meer van gekomen.